Op reis

Slapen in het bed van iedereen, ook dat is reizen. De eerste nacht gaat nooit diep. Elk geluid roept vragen op.

We gaan langs rurale B en B ’s en landschappen die ontsnappen aan tijd en ontginvlijt. De weiden liggen er strak gestrekt en frisgroen bij. De rand van het bos trekt een groene grens aan de einder van het lege veld. Alle hooi is binnen gehaald.

De hooiwagens zitten in de badkamer. Onschuldig dun hangen ze daar aan een onzichtbare draad. Buiten loopt een hoenderfamilie in ongeziene vederpracht. Eén van de hennen is leeg gepikt. Op haar rug ligt een rode plek bloot kippenvlees. Huiselijk gepluimd.

Oog in oog nu met de haan. Brutale oogspleetjes aan weerszijden van zijn gele bek. Daaronder hangen twee lange felrode lellen. De lange veren van zijn staart wapperen pronkerig in de bosbries. Hij heeft drie hennen ter zijner beschikking. Daar is één kuiken van gekomen. Het lijkt op hem. Het kleine ding weet soms niet welke kant het op moet. Het trip-trapt bijna met zijn onvolwassen bek tegen een bloempot. Nu en dan gaat de haan op zijn tenen staan en spreidt zijn vleugels, klappert breeduit. Hij wil indruk maken. Het werkt. Ik ga achteruit.

Ooit zag ik een haan een vrouw langs achteren bespringen. Zij hing de was op in een gênant kort zomerjurkje. De haan sprong op haar billen en gleed met uitgeslagen vleugels klapwiekend langs haar benen neer. Een spoor lelijke krassen bleef achter in haar vel.

De kloek is met haar kuiken ons huisje ingelopen. Ze wil iets. Ik ruk uit. Voor kloeken deins ik niet terug.

Een reactie plaatsen

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s